Het rijbewijs (1)

Op mijn vijftigste begon ik voor het eerst met autorijlessen. Aangezien het eenoudergezin waaruit ik kom wel armoede maar geen auto kende, was ik daar ook niet mee vertrouwd. Als jongetje had ik zelden met autootjes – dinky toys heetten die dingen toen – gespeeld en afgezien van enkele keren joyriden op het brommertje van mijn oudste zus had ik ook geen gemotoriseerde rijervaring. Voeg daar mijn atechnische staat van zijn en notoire onhandigheid aan toe en het is duidelijk dat ik niet de gedroomde rijlesleerling was.

Vanwaar dan dat belachelijke besluit om zelf achter het stuur te kruipen, vergezeld van een rijinstructeur die ongetwijfeld ogen, handen en voeten tekort zou komen? Om een enigszins bevredigend antwoord op die vraag te kunnen geven, moet ik vertellen dat ik indertijd weduwnaar was en mijn dochter binnen afzienbare tijd zou gaan studeren. In mijn ergste dromen vond dat altijd ver van huis plaats en ik wilde niet afhankelijk zijn van het almaar verder achteruit kachelende openbaar vervoer.

Ik moest haar 24 uur per dag bij kunnen staan en op afroep mijn vaderplicht-in-blessuretijd kunnen vervullen. Bovendien ging er van dat autorijden een vreemde aantrekkingskracht uit. Zoiets als van vliegen. Als iemand beweerd zou hebben dat ik dat ooit zou doen, zou ik diegene ongetwijfeld toegevoegd hebben dat hij niet goed bij zijn hoofd was, gesteld dat die persoon mij enigszins zou kennen. Maar ik héb gevlogen, waaruit blijkt dat de Griekse opdracht Ken Uzelve maar beter genegeerd kan worden.

Lees het vervolg hier.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s