Tweestrijd

zie deel 2 hier

Ik had allesbehalve een verjaardagsgevoel toen ik op mijn twaalfde verjaardag wat verloren door het centrum van Den Haag liep, op zoek naar de vioolbouwer waar mijn moeder me naartoe had gestuurd. Het was zaterdagmiddag en druk in de grote stad. Heel anders dan in mijn dorp. Daar zag het alleen tijdens de jaarlijkse paardenmarkt zwart van de mensen. Bovendien kende ik er elke straat en steeg als mijn broekzak.

Mijn moeder had die ochtend net gedaan alsof het een gewone dag was. Geen felicitatie, geen cadeau, niets. “Je moet vandaag je viool maar eens laten maken”, was het enige wat ze had gezegd. Ik was te trots geweest om haar eraan te herinneren dat ik jarig was. Zonder te antwoorden had ik mijn schoenen en jas aangetrokken en even later zat ik in de bus op weg naar Den Haag.

Tegen mijn zin moest ik van mijn moeder een muziekinstrument leren bespelen. “Een gitaar lijkt me wel leuk, dan kan ik later misschien in een bandje spelen”, opperde ik voorzichtig. “Geen sprake van, een gitaar vind ik te ordinair”, zei mijn moeder. Ik zag niets in de oude piano die vroeger bij de ouders van mijn moeder had gestaan. “Dan maar een viool”, was mijn voorstel. Dat instrument had tenminste nog een aureool van romantiek.

hoog achterin de kerk zingenHet zangkoor en voetballen waren mijn lust en mijn leven. Hoog achter in de kerk, op het schoolplein en op het voetbalveld voelde ik me thuis. Maar mijn moeder verbood me regelmatig om met het koor mee te doen en ik moest vaak direct na school naar huis komen. Dan nam mijn opstandigheid met de dag toe en wisselden we wekenlang geen woord.

Het was een lieve mevrouw, mijn vioollerares, met golvend grijs haar en dunne maar heel krachtige vingers. Ze zag talent in me. En ze had engelengeduld. Want een van de belangrijkste verzetsdaden tegen mijn moeder was zo min mogelijk viool spelen. Dat maakte de vioolles tot een kwelling. Ik stond steeds te schutteren omdat ik te weinig geoefend had.

muziekschool aan het Rapenburg in Leiden“Probeer eens wat vaker te studeren Kees, dan zul je zien dat je sneller vooruit gaat”, spoorde mijn lerares me meer dan eens aan. “Ja, mevrouw”, mompelde ik dan zacht en met een schuldig gevoel. Maar ik hield me niet aan mijn woord en schaamde me al wanneer ik naar de muziekschool aan het Rapenburg in Leiden fietste, tegen het lesuur opziend als tegen een berg. Ondanks die wekelijkse beproeving volhardde ik in mijn verzetshouding.

de vioolkam
de vioolkam

Uiteindelijk was te weinig oefenen niet genoeg om het onrecht te vergelden. Het instrument zélf moest eraan geloven. De viool belichaamde alles wat mijn moeder me had aangedaan. Daarom had ik de kam van mijn viool vernield. Het was niet makkelijk geweest om het op een ongelukje te laten lijken.

zie deel 4 hier

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s