Met de schrik vrij (drie korte verhaaltjes)

De nood aan de man

Het is een stille, vroege zondagochtend. Je kunt een kanon afschieten in de intercity van Rotterdam naar Utrecht. Om onduidelijke redenen besluit ik na een tijdje de lege coupé te verlaten. Ik wandel wat door de lange trein om ergens op een balkon plaats te gaan nemen, iets wat ik normaal gesproken nooit doe. Op een der balkons tref ik een man aan die klemvast zit tussen de deuren. Hij ziet wit van angst.

Nadat ik aan de noodrem heb getrokken, komt de trein met oorverdovend gesis tot stilstand. De conducteur en machinist snellen eendrachtig toe om verhaal te halen. Ondertussen zit de man trillend als een rietje op een klapstoeltje bij te komen van de schrik. Het kost me heel wat moeite om de NS-ers van de noodzaak van mijn daad te overtuigen. Enigszins misnoegd blazen ze de aftocht. De nog natrillende man haalt een pakje sigaretten te voorschijn, steekt er  een op en houdt het pakje uitnodigend voor mijn neus. Ik rook niet.

Afzwemmen

Mijn dochter heeft toen ze heel jong was zwemles gehad van haar eigen moeder. Ik assisteerde. Tegen de tijd dat ze op schoolzwemmen zat, was ze al een echt waterratje, maar ze moest haar zwemdiploma nog halen. Tijdens het afzwemmen bestond ze het om halverwege af te haken. Ze kon het wel, maar had er geen zin meer in.

In allerijl toegesnelde hulpmoeders spraken haar toe en bleven op haar inpraten. Wij hielden op ruime afstand van het gebeuren ons hart vast. Want koppig was ze. Uiteindelijk liet ze zich overreden. Het scheelde een haartje of ze had als enige van de massa kindertjes haar A-diploma niet gekregen. Voor het B-diploma is ze nooit te porren geweest. Zelfs dat felbegeerde rubberbootje kon haar niet verleiden.

In het gedrang

Op een mooie lenteavond in 1976 ben ik in het Zuiderpark Stadion in Den Haag. Niet voor een voetbalwedstrijd, maar voor een optreden van de Rolling Stones. Ik sta op het veld. De sfeer is relaxed. Voor zover ik kan waarnemen, verloopt alles rustig. Het is al donker wanneer het concert is afgelopen. Ik probeer het stadion zo snel mogelijk te verlaten, want er zal een feestje zijn bij mij thuis. Gehaast voeg ik me in een stroom die richting uitgang gaat. De stroom wordt steeds breder, de ruimte smaller.

Opeens ontstaat er een tegenstroom. Door de duisternis kan ik niet zien wat er aan de hand is. Achter mij is de stroom aangezwollen tot één grote, dringende mensenmassa. Beide stromen komen frontaal met elkaar in botsing. Het gedrang van achteruit is niet te stuiten. Ik raak lelijk in de knel. Voetje voor voetje schuifel ik naar het hek aan mijn linkerkant en probeer erin te klimmen. Met alle kracht die ik in me heb, weet ik mezelf omhoog te sjorren, buiten het bereik van de op drift geraakte massa. Eindelijk kan ik weer gewoon ademhalen. Het duurt nog lang voordat de oprukkende meute doorheeft dat de uitgang waarheen ze op weg is, is afgesloten.

Opgelucht loop ik naar huis, me niet bewust van de spanning die nog in mijn lijf zit. Eenmaal thuis barst het feest los. Ik ben uitgelaten als een jonge hond en heb het hoogste woord, ondertussen de nodige glazen whisky tot me nemend. Van het ene moment op het andere lig ik plat op de grond. Van mijn grote mond is niets meer over. Hoewel ik geestelijk glashelder ben, heb ik geen controle meer over mijn lichaam. Ik krijg een acute paniekaanval. Mijn vrienden ontfermen zich over me en proberen me te kalmeren. Wanneer alles weer naar behoren functioneert, besef ik pas dat ik het gevoel heb aan de dood te zijn ontsnapt.

De volgende avond hoor ik de Stones door de openstaande ramen spelen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s