Waarom ik geen psychotherapeut ben geworden

Omdat ik in juli 1975 gestopt was met studeren had ik niet langer recht op een studiebeurs en ook geen uitstel van dienstplicht meer. Het leger leek me geen geschikte omgeving, dus weigerde ik dienst op grond van gewetensbezwaren. Ik had al een bijbaantje in de weekenden en vakantieperiodes, als ziekenverzorger van demente bejaarden in verpleegtehuis Mariënhaven te Warmond, een dorpje in de buurt van Leiden. Maar daarvan kon ik niet leven. Dus moest ik hangende de procedure ander werk zien te vinden. Ik kon vrij snel aan de slag bij de Solidariteits Beweging Suriname in Utrecht, een van de vele derde wereldclubs die Nederland toen nog rijk was, gesubsidieerd door de Nationale Commissie Ontwikkelingsstrategie, beter bekend als de Commissie Claus.

bookcoverIn augustus 1978 ging mijn vervangende dienst in, bij het Interkerkelijk Vormingswerk Ontwikkelingssamenwerking in Den Haag, het zusje van het bekendere Interkerkelijk Vredesberaad (IKV), beide onder de dagelijkse leiding van de aimabele Mient Jan Faber, de man achter de grootste demonstratie in Nederland ooit, tegen de plaatsing van kernwapens in Nederland.

Op 1 maart 1980 zat mijn vervangende dienstplicht erop. Ik was net 25 geworden en een paar maanden geleden getrouwd. We woonden in het huurappartementje van mijn vrouw, boven een kruidenierszaak vlakbij het centrum van Eindhoven. Het onvermijdelijke moment dat ik op zoek moest naar serieus werk was aangebroken. Ik had geen flauw benul waarnaar ik moest solliciteren.

Een maand eerder was ik begonnen aan de deeltijd HBO maatschappelijk werk aan de Sociale Academie in Culemborg. Pas in het tweede jaar moest je relevant werk hebben om met die opleiding door te kunnen gaan. Daarom was dat eerste jaar, waarin de lessen in de avonduren werden gegeven, nogal vrijblijvend. Ik zou wel zien of het me beviel. Ondertussen solliciteerde ik links en rechts naar verschillende banen en uiteindelijk werd ik door zowel de Sociale Dienst van Den Haag als die van Rotterdam aangenomen.

Ik koos voor Rotterdam. Allereerst omdat de sfeer tijdens het sollicitatiegesprek, dat gevoerd werd met de adjunct-directeur en het hoofd personeelszaken, uiterst gemoedelijk in een dichte mist van sigarenrook plaatsvond. Met de grootse moeite kon ik mijn woordje doen, want beide heren hoorden vooral zichzelf graag praten over de spectaculaire veranderingen die Ien Dalesonder leiding van directeur Ien Dales in gang waren gezet. Ze had ervoor gezorgd dat de voormalige bijstandsambtenaar een bijstandsmaatschappelijk werker was geworden, die niet alleen moest zorgen voor het afhandelen van uitkeringsaanvragen, maar ook een belangrijke taak kreeg als maatschappelijk werker. Vanaf augustus 1980 had ik een vaste baan. Mijn werkweek bestond uit 3,5 dag werk en 1,5 dag betaald lessen volgen.

Op die Sociale Academie bleek al snel dat ik een therapeutisch talent heb. Het kwam regelmatig voor dat een rollenspel ongemerkt overging in een echte therapiesessie. Achteraf was mijn surrogaatcliënt vaak verrast en soms zelfs verbijsterd dat er zoveel omhoog was gekomen, niet zozeer omdat ik expliciet aangaf wat er met hem of haar aan de hand was, maar vooral omdat ik het gesprek zo kon laten verlopen dat de persoon in kwestie zelf zei wat er bij hem speelde. Ik werd weldra het paradepaardje van de bepaald niet softe docente. Ze stak ze haar bewondering niet onder stoelen of banken en liet duidelijk blijken dat ze mij een uitzonderlijk talent vond. Ook in het contact met echte cliënten bleek dat ik in korte tijd heel wat teweeg kon brengen. Dat gaf een gevoel van macht. Met dat talent kon ik invloed uitoefenen op mensen.

Aanvankelijk gaf dat een aangename sensatie, maar naderhand schrok ik ervoor terug. Want machtsgevoel is iets waar je aan verslaafd kunt raken en waar je steeds meer van nodig hebt. Bovendien bracht mijn handelen een speciale verantwoordelijkheid met zich mee. Ik kon mensen die psychisch door elkaar geschud waren niet aan hun lot overlaten. Daardoor voelde ik een gebondenheid en verantwoordelijkheid die ik als een last ervoer. Mijn interventies bij anderen kwamen mijn eigen welzijn niet ten goede:  ik had mijn handen vol aan het geestelijke welbevinden van mezelf en mijn vrouw. Drie redenen om dit talent niet beroepsmatig te exploiteren.

1983, geheel linksonder

De economische crisis van de jaren tachtig en de daaropvolgende bezuinigingen op de uitkeringen maakten het bijstandsmaatschappelijk werk er niet  leuker op. Ondertussen was ik tot de conclusie gekomen dat ook het verlenen van immateriële hulp, in welke vorm ook, voor mij niet was weggelegd. Uiteindelijk gaf dit voorval letterlijk en figuurlijk de doorslag. Nadat ik begin 1984 mijn HBO-diploma had gehaald, kreeg ik een andere functie binnen diezelfde dienst. Het was ook nog eens een promotie.

(zie ook het artikel Persoonlijke ontwikkeling)

4 gedachten over “Waarom ik geen psychotherapeut ben geworden”

  1. Kees,

    Je verwijst in dit interessante goed geschreven artikel naar
    https://keessiedeg.wordpress.com/2011/09/28/een-bijzondere-klap/
    Daar is de bijbehorende tekst echter niet te vinden.

    Je schrijft wat de gevolgen (kunnen) zijn van een getraumatiseerde jeugd, Ik vraag me af en misschien wil je dat beantwoorden, is jouw keuze voor die HBO opleiding met dat vakgebied een gevolg geweest daarvan?

    Als je nu terugkijkt, zou je dan, nu , tot rust gekomen, een aantal andere keuzes hebben gemaakt, of heb je er vrede mee dat alles zo gelopen is mede door je eigen keuzes, als het liep?

    1. Dank voor het wijzen op die verkeerde link: inmiddels hersteld!

      Ik denk niet dat mijn keuze voor die HBO opleiding maatschappelijk werk iets te maken heeft gehad met mijn jeugd. Anders was ik wel psychologie gaan studeren in plaats van geschiedenis. Maar misschien onbewust toch wel. Ik kan dat achteraf niet beoordelen.

      Ik moest werk vinden en was onvoldoende geschoold. Had al links en rechts gesolliciteerd, maar het was het begin van de grote crisis van de jaren 80 en ik wist dat ik een extra opleiding moest volgen om aan de bak te kunnen. Toen kwam deze keuze eruit rollen. Het was overigens geen zweverige maar op zakelijke basis gestoelde deeltijdopleiding voor mensen die al in dat vakgebied werkzaam waren.

      Natuurlijk zou mijn leven een andere loop hebben gehad als … etc. Maar ik heb er vrede mee. Het is wel leuk om te zien dat mijn enige kind nu zo onbelast en onbevreesd bezig is haar PhD te halen. Ook zij heeft het niet makkelijk gehad, maar op een heel andere manier dan ik. Toevallig is ze op dit moment aan het congresseren in Athene. En in augustus idem, maar dan in Los Angeles. Ja, een heel ander leven dan ik had. Maar haar geluk en succes voel ik ook een beetje als het mijne, zij het niet als compensatie. Eerder als bewijs dat ik zelf als ouder niet gefaald heb, iets wat je zo vaak ziet bij mensen met een problematische jeugd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s