Op hol

zie deel 7 hier

KeessieTegen mijn verwachting in neemt mijn minderwaardigheidsgevoel geleidelijk af. Nadat de docent Nederlands annex klassenleraar mijn wekelijkse verslag voor het klassenboek heeft voorgelezen, zegt hij bijna lyrisch: “Dát is nog eens een originele aanpak, geen verslag per dag maar de week als één geheel! Dat heb ik nog niet eerder zo gezien. Prima geschreven, Kees”. Dat geeft me een geestelijke oppepper van belang.

The Bona Stars LeidenEn ik kan goed basketballen. Dat tikt aan op een school die de eredivisieclub The Bona Stars heeft voortgebracht. Mijn prestige in de klas stijgt. Aan het eind van het schooljaar bezet ik de tweede plaats op de klassenranglijst. Daarom mag ik naar de gymnasiumafdeling. Dáár kan moedertjelief niets tegen doen. Het woord van de paters is wet.

De zomervakantie is voorbij. De leraar aardrijkskunde, een autoritaire man die berucht is om zijn vlijmscherp sarcasme, vertoont dia’s van zijn trektocht door Spanje. Er heerst weer een gespannen sfeer in het lokaal, ditmaal vermengd met een vleug opwinding.

scooter met ezeltjeOp het witte doek verschijnt een lichtblauwe scooter, waarnaast we een armoedig grijs ezeltje zien staan. “Die scooter heeft me door heel Spanje gereden”, luidt het commentaar van de docent. Met heldere stem vul ik hem aan: “En naast die scooter zien jullie zijn berijder!”

Even kun je een speld horen vallen. Dan barst er een oorverdovend gejoel los. Ik vrees het ergste, maar tot mijn opluchting lacht de leraar zelf ook mee. Mijn reputatie is hiermee al vroeg in het schooljaar gevestigd. Het ziet er rooskleurig voor me uit. Maar schijn bedriegt.

De leraar met zijn klas; Keessie de Jongen zittend 2de rij van onder, helemaal rechtsDe overgang van de tweede naar de derde klas verloopt nog zonder problemen, maar dan gaat het goed mis. De discrepantie tussen thuis en school is zo groot geworden dat ik in het luchtledige terechtkom.

Mijn moeder heeft ons huis opengesteld als ontmoetingsplaats voor zogenaamd hippe figuren die de dubieuze verworvenheden van de jaren zestig bij ons thuis komen uitleven.

Ik sta erbij wanneer een van de vaste gasten, die de gewoonte heeft om zijn drugsconsumptie openlijk bij ons in huis te nuttigen, tegen mijn moeder zegt: “Het leven valt me te zwaar. Ik denk erover om eruit te stappen”. Mijn moeder neemt zijn woorden kennelijk serieus en antwoordt bezorgd: “Maar jongen toch, er valt nog zoveel te ontdekken. Al begrijp ik dat je het heel moeilijk hebt”. Ik verbaas me erover dat ze niet door lijkt te hebben dat het interessantdoenerij is. Pas decennia later overlijdt hij in zijn stoel aan een verborgen hartkwaal, zonder ooit maar één enkele zelfmoordpoging gedaan te hebben.

Piet Paard (pater prefect)De school wordt gekenmerkt door het andere uiterste, een heel behoudend soort katholiek provincialisme. Ik heb als enige jongen van mijn klas lang haar en ben fan van de Rolling Stones. Pater prefect, onze godsdienstleraar, vanwege de vorm van zijn hoofd Piet Paard genoemd, neemt me apart. “Je haar is véél te lang,” spreekt hij me streng toe, “doe er wat aan”. Ik verzet me niet alleen thuis tegen mijn moeder, maar ook tegen de dwang die van school uitgaat. “Ik ben niet van plan om het te laten knippen”, zeg ik vastberaden.

We hebben Frans. Tijdens de les bekruipt me langzaam maar zeker een gevoel van vervreemding dat uiteindelijk allesoverheersend is. Ik kijk om me heen en voel geen enkel contact met mijn omgeving. Tegelijkertijd komt er een niet te stuiten drang bij me op om de klas de lege, verlaten ganguit te gaan. Zonder me ook maar één ogenblik af te vragen hoe de lerares en mijn klasgenoten zullen reageren pak mijn spullen, stop ze in mijn schooltas en loop regelrecht het lokaal uit. Niemand reageert. Ik sta in een stille, verlaten gang, trek haastig mijn jas aan, loop de school uit, haal mijn fiets uit het rek en ga ervandoor.

Eenmaal op de fiets lijkt het of ik wat rustiger word, maar dan slaat de paniek pas goed toe. Mijn hart slaat op hol en ik raak slaags met mezelf. Ik spreek mezelf hardop toe dat er niets aan de hand is en dat ik rustig moet blijven, maar verlies het van mezelf. Ik fiets naar huis, maar dat werkt niet kalmerend. Halverwege de stad en mijn dorp moet ik afstappen. Ik weet geen raad met mezelf, ik weet niet waar ik blijven moet. Na een tijdje neemt de paniekaanval af. Eenmaal thuis vraagt mijn moeder niet waarom ik zo vroeg terug ben van school. Zonder iets te zeggen loop ik de trap op naar mijn zolderkamer en val uitgeput op bed.

Zo worstel ik me al vechtend tegen mezelf en mijn omgeving de dagen door. Het lukt me niet om me te concentreren op school. Van huiswerk maken komt niet of nauwelijks iets terecht. Heteindrapport 3de klas weglopen uit de les neemt hand over hand toe. Aan het eind van het schooljaar ben ik niet over naar de vierde klas. Ik moet herexamen doen voor Frans en wiskunde.

zie deel 9 hier

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s