De voorzitter en het meisje

zie deel 9 hier

De situatie thuis was er niet beter op geworden. Maar van mijn angst- en paniekaanvallen had ik nog maar sporadisch last. De strijd met de bazige echtgenoot van mijn moeder deed me goed. Ik stond op scherp.

de rectorOok op school was een strijd ontbrand, tussen pater rector en een groep leerlingen die zich niet langer op de ouderwets autoritaire manier wilden laten behandelen en meer zeggenschap eisten dan alleen inspraak in het al of niet plaatsen van koffieautomaten. Het waren de hoogtijdagen van het Rode Boekje voor scholieren.

De brave katholieke plattelandsjongetjes van weleer hadden zich ontwikkeld tot jongens die de wereld om zich heen aan het ontdekken waren. Daardoor had ik aansluiting met hen gevonden en kreeg ik op natuurlijke wijze de leiding van de verzetsbeweging op school. Ik werd gekozen tot voorzitter van de leerlingenraad. Halverwege het schooljaar werd ik ook hoofdredacteur van de schoolkrant, die fungeerde als spreekbuis van de leerlingenactiegroep.

Rond diezelfde tijd, ik zal net zeventien zijn geweest, kreeg ik een vriendinnetje, een meisje dat een klas lager op het atheneum zat. Of eigenlijk was het omgekeerd. Dat meisje kreeg mij. “Heb je zin om met mij naar de koffiebar te gaan?”, vroeg ze me, waarop ik haar antwoordde: “Ja dat lijkt me wel leuk”.

Geen erg enthousiaste reactie, maar ik stond in die tijd dan ook nogal terughoudend tegenover meisjes. Niet alleen omdat ik nauwelijks omgang met ze had, aangezien ze nooit in mijn klas hadden gezeten, maar onbewust ook omdat ik dankzij mijn moeder en grillige oudste zus weinig vertrouwen had in het andere geslacht.

We zwijmelenzwijmelden samen een poosje, maar dat duurde niet lang. Zij had teveel persoonlijke problemen en ik was juist uit een diep dal aan het klimmen, op weg naar zelfvertrouwen en beroemdheid. Ik deed haar tot ieders tevredenheid over aan een bevriende klasgenoot.

De bijlessen hadden me op het juiste spoor gezet en de overgang naar een kleine klas deed de rest. Ik raakte in mijn element. Mijn klasgenoten erkenden dat ik mijn tijd vooruit was geweest. Mijn cijfers schoten omhoog. Ik begon op te vallen bij de docenten.

de Kruittoren in NijmegenDe leraar Grieks sprak iedereen bij zijn achternaam aan, behalve mij. “Vangen Kees”, riep hij op een dag, en gooide een stuk drop naar me toe. “Herken je wat erop staat?” Ik bekeek de rudimentaire afbeelding op het snoepgoed. “Eerlijk gezegd heb ik geen flauw idee”, moest ik bekennen. “Uit Nijmegen, jouw geboortestad waar ik heb gestudeerd”, zei hij.

De docent Frans verkneukelde zich wanneer hij tijdens de les proefvertalingen zat na te kijken en bij mijn vertaling was aangekomen. “Ha, eens zien wat Kees de Jongen ervan gemaakt heeft”, zei hij, mij schuins aankijkend. Ook mijn leraren waren verrast door de rap stijgende lijn van mijn prestaties. Zo kenden ze me nog niet.

Ook de rector kende me zo nog niet. Hij werd mijn grote tegenstrever en beschouwde mij als zijn persoonlijke vijand. Voor middelbare schoolaanvang van de lessen stond hij in pij bij de hoofdingang. Wanneer ik te laat was, en dat gebeurde nogal eens omdat ik ’s ochtends mijn krantenwijk liep, zei hij met luide stem, zodat de laatkomers het nog net konden horen: “Kijk eens aan, meneer De Jongen brengt ons toch nog een bezoek. Wat een eer! Hij denkt zeker dat hij het zich als enige kan permitteren om te laat te komen!” Ik zat toen al in de eindexamenklas, de vijfde was ik probleemloos doorgerold.

In de eerste maanden van dat laatste jaar kwam de confrontatie tussen de schoolleiding en de leerlingenprotestbeweging tot een climax. We organiseerden een demonstratie op een terrein in de buurt, want het schoolplein was tot verboden gebied verklaard. De opkomst was overweldigend. Ik had een megafoon nodig om de menigte toe te spreken.

De rector kon niet meer om ons heen. De nieuw gekozen leerlingenraad werd gedomineerd door leerlingen uit de tegenbeweging en ik werd herkozen als voorzitter. De eerste vergadering vond, vanwege de verwachte grote opkomst van het publiek, plaats in de kantine. Het belangrijkste agendapunt was de positie van de adviseur van de leerlingenraad, een tot dan toe populaire gymleraar.

leerlingenraadIk open de vergadering. De kantine is zo vol dat de deuren open moeten blijven en de leerlingen zich tot in de gang verdringen om niets van het verwachte spektakel te hoeven missen.

“Aan de orde is de positie van de adviseur van de leerlingenraad. Ik wil graag eerst van de adviseur horen hoe hij tegen zijn positie aankijkt. Het woord is aan hem”. Enigszins hakkelend zegt hij: “De leerlingenraad bestaat uit jonge mensen die, nou ja, dat denk ik, eigenlijk niet zonder advies van een volwassene kunnen, want ja, het zou kunnen dat er anders verkeerde besluiten worden genomen.”

gejoelZijn woorden worden met gejoel beantwoord. Het is duidelijk dat het gedaan is met de populariteit van deze leraar. Ik maan de toehoorders tot stilte en zeg: “Meneer, ik heb anders helemaal niet de indruk dat de leerlingenraad behoefte heeft aan een adviseur. Ik vermoed dat het vooral de directie en het schoolbestuur zijn die via een adviseur invloed willen uitoefenen op wat de leerlingenraad besluit. Dat is vorig jaar gebleken, toen u steeds de vergaderingen probeerde te frustreren door te wijzen op de beperktheid van onze bevoegdheden. Maar …”

zie deel 11 hier

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s