Dois poemas – Twee gedichten

Franciscus BorgiaMEDITAÇÃO DO DUQUE DE GÂNDIA

(sobre a morte de Isabel de Portugal)

Sophia de Mello Breyner Andresen

Nunca mais
A tua face será pura limpa e viva
Nem o teu andar como onda fugitiva
Se poderá nos passos do tempo tecer.
E nunca mais darei ao tempo a minha vida.

Nunca mais servirei senhor que possa morrer.
A luz da tarde mostra-me os destroços
Do teu ser. Em breve a podridão
Beberá os teus olhos e os teus ossos
Tomando a tua mão na sua mão.

Nunca mais amarei quem não possa viver
Sempre,
Porque eu amei como se fossem eternos
A glória, a luz e o brilho do teu ser,
Amei-te em verdade e transparência
E nem sequer me resta a tua ausência,
És um rosto de nojo e negação
E eu fecho os olhos para não te ver.

Sophia de Mello BreynerNunca mais servirei senhor que possa morrer.

Nunca mais te darei o tempo puro
Que em dias demorados eu teci
Pois o tempo já não regressa a ti
E assim eu não regresso e não procuro
O deus que sem esperança te pedi.

**************************************************************************

**************************************************************************

MEDITATIE VAN DE HERTOG VAN GÂNDIA

(over de dood van Isabel van Portugal)

Sophia de Mello Breyner Andresen

Nooit meer
Zal je gezicht puur, rein en levend zijn
Noch zal je gang zich, als een golf op de vlucht,
in het verloop van de tijd kunnen weven.
En nooit meer zal ik mijn leven aan het tijdelijke geven.

Nooit meer zal ik iemand dienen die sterflijk is.
Het middaglicht toont me de teloorgang
Van jouw wezen. Spoedig zal de verrotting
Je ogen en botten verteren,
Jouw hand in de hare hand nemend.

Nooit meer zal ik iemand liefhebben die niet
Het eeuwige leven heeft,
Omdat ik van ze heb gehouden als waren ze er voor altijd:
De glorie, het licht en de schittering van je wezen.
Ik heb je liefgehad in waarheid en transparantie,
Maar zelfs je afwezigheid zal me niet bijblijven.
Je bent een gezicht van walging en ontkenning
En ik sluit mijn ogen om je niet te zien.

Nooit meer zal ik iemand dienen die sterflijk is.

Nooit meer zal ik je mijn zuivere tijd geven
Die ik in lange dagen heb geweven,
Daar de tijd niet terugkeert naar jou.
En zo ook keer ik niet terug en kijk ik niet om naar
De god die ik zonder hoop bij je heb gezocht.

**************************************************************

Op het inheiligen van den heiligen Franciskus de Borgia, Hertogh van Gandia, Onderkoning van Katalonie, Generael van de Societeit, door zijne Heiligheit Klemens den Tienden.

Vondel

MDCLXXI (1671)

 

Joost van den Vondel

Laet ons nu met ’s hemels reien,
Harp, gezangen, fluit, schalmeien,2
En een opgetogen geest,3
Vieren Sint Franciskus feest,
Die erfvorstelijke staeten,
Kroon en rijxstaf kon verlaeten,6
Toen hy Izabelle zagh,
Daer zy op de dootbaer lagh,
Met haer toegelokene oogen,
Van een’ zwarten nacht betogen.10
Och, sprak hy, dees morgenzon,11
Die al ’t licht verdooven kon,12
Trougenoot van keizer Karel,13
Schoone en onwaerdeerbre parel,
Hoop en eer van ’t Roomsche rijk,
Is zy ’t zelf? of is haer lijk
Ons verdonkert, en ontdraegen?17
Neen, ik heb het gageslagen,18
En, als ’s Keizers eerste vrient,
Mijnen heer getrou gedient.5-20
Kon dit lichaem zoo verkeeren
In een aes! de wormen teeren22
Op de spier, en ’t edel bloet,23
In de hoven opgevoet.
Onder ’t missen van dien luister25
Schept de Hertogh licht uit duister,
Ziende hoe de zon van staet27
En de werrelt ondergaet.
Borgia, van yver vlugge,29
Ziet naer vleesch noch bloet te rugge,
Ziet naer kinders, hertoghdom,
Rijk noch Katalonie om,
Maer verkiest, gelijk een vroede,
Vrolijk willige arremoede,
Kuischeit en gehoorzaemheit,34-35
En volght Jesus, die hem leit,36
En na zulk een weêrgeboorte
Houdt zijn voetspoor door de poorte,38
Heet van liefde tot Godts huis,
En geladen met zijn kruis
Naer de Maetschappy* gedreven.41
Hierom zit hy nu verheven,
Onder Heiligen ge-eert,
Daer men eeuwigh triomfeert.
Schoon de werrelt avrechts oordeelt,45
Spiegelt u aen ’s kruishelts voorbeelt,46
En zijn ootmoet, rijk beloont.47
d’Ootmoet wort in hem gekroont.
____________________________________________________________________
2
schalmeien: herdersfluiten.
3
opgetogen: in de oorspronkelijke betekenis: in hogere sferen verkerende.
6
kon: had de kracht om.
10
betogen van: overdekt door.
11
morgenzon: opgaande zon.
12
verdooven: overstralen.
13
Trougenoot: echtgenote.
17
verdonkert en ontdraegen: bedrieglijk weggenomen (vgl. verduisteren).
18
het gageslagen: ervoor gezorgd.

5-20

Zie de aantekeningen op het Opschrift. Het hertogdom van Gandia was erfelijk.
22
aes: minachtend voor: een rottend dierlijk lichaam.
23
de spier: het blanke vlees.
25
luister: lichaamsschoonheid.
27
staet: hoge stand.
29
van yver vlugge: door geloofsijver wakker, helderziend.
34-35
arremoede, kuischeit en gehoorzaamheit: de drie kloostergeloften of ‘Evangelische raden’.
36
Treedt in de Sociëteit op Jezus’ roepstem.
38
Volgt Jezus’ voetspoor. Zie Hebr. 13, 12-13.
*
[Randschrift:] Compagnie.
41
de Maatschappy: de Sociëteit.
45
avrechts oordeelt: een verkeerd oordeel velt, een dergelijk gedrag niet kan begrijpen.
46
kruishelt: heldhaftig navolger van Christus (door zelfopoffering).
47
zijn ootmoet: behalve dat Borgias alle wereldse waardigheden verzaakte en de kerkelijke van de hand wees, noemde en tekende hij zich ook: Franciscus Peccator (Allard).
___________________________________________________________________
isabella_of_portugal_wallpaper_by_ladybolena-d53yhut
___________________________________________________________________
Vondel bezingt hier het heilig verklaren van Franciscus Borgias (1510-1572), hertog van Gandia en onderkoning van Catalonië, gunsteling en vertrouweling van keizer Karel V. In 1539 moest Borgias op last van Karel V het stoffelijk overschot van keizerin Isabella van Toledo naar Granada overbrengen, en daar volgens oud gebruik bij de geopende doodkist zweren dat deze werkelijk het lijk van Isabella bevatte. Doch dit was na de overbrenging reeds zo onherkenbaar veranderd, dat Borgias slechts bij ede durfde bevestigen niets verzuimd te hebben om zijn plicht getrouw te vervullen. Onder de indruk van deze gebeurtenis nam hij toen reeds voor zichzelf het besluit eenmaal alle wereldse grootheid vaarwel te zeggen en zijn leven aan God te wijden. In dit voornemen werd hij gesterkt door de dood van zijn echtgenote Eleonora de Castro (27 mei 1546). Nadat hij voor de toekomst van zijn kinderen en de belangen van zijn huis had gezorgd, trad hij omstreeks 1551 in de Sociëteit van Jezus, waar hij gewichtige bedieningen bekleedde en op 2 juli 1565 tot generaal der Orde werd gekozen. De kardinaalshoed en alle kerkelijke waardigheden wees hij van de hand. Hij stierf te Rome op 30 september 1572. Paus Urbanus VIII stelde hem op 24 november 1624 onder het getal der Zaligen en Clemens X sprak op 12 April 1671 zijn Heiligverklaring uit. Zie Allard, Vondel’s Gedichten op de Sociëteit van Jezus, in Studiën I (1868), blz. 124-29.
___________________________________________________________________

2 thoughts on “Dois poemas – Twee gedichten”

  1. Hallo, Kees!
    A Sophia é uma das poetisas de que mais gosto…(mesmo se eu não sou uma grande conhecedora de poesia).
    Quis apenas deixar este comentário e assiná-lo..

    Isabel (de Portugal) 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s