Categorie archief: Keês em português

Dez fragmentos literários de Portugal – Tien literaire fragmenten uit Portugal

Clique aqui para ouvir os fragmentos – Klik hier om te fragmenten te beluisteren

A galinha

Minha mãe e minha tia foram à feira. Minha mãe com o meu pai e minha tia com o meu tio. Mas todos juntos. Na camioneta da carreira. Na feira compraram muitas coisas e a certa altura minha mãe viu uma galinha e disse: – Olha que galinha engraçada. E comprou-a também. Estava agachada como se a pôr ovos ou a chocá-los. Era castanha nas asas, menos castanha para o pescoço, e a crista e o bico tinham a cor de um bico e de uma crista. Nas costas levara um corte a toda a volta para se formar uma tampa e meterem coisas dentro, porque era uma galinha de barro.

Vergílio Ferreira

De kip

Mijn moeder en mijn tante gingen naar de markt. Mijn moeder met mijn vader en mijn tante met mijn oom. Maar allemaal samen. In het bestelbusje. Op de markt kochten ze heel wat spullen en op een gegeven moment zag mijn moeder een kip en zei: “Kijk eens, wat een leuke kip.” En die kocht ze ook. Ze zat alsof ze eieren aan het leggen of aan het uitbroeden was. Ze had bruine vleugels, was wat minder bruin naar haar nek toe en haar kam en snavel hadden de kleur van een snavel en een kam. Helemaal rondom haar rug was een inkeping voor een deksel en om er dingen in te doen, want het was een kip van klei.

As minhas férias

As minhas férias foram em casa dos meus avós. Todos os anos as minhas férias são lá. A casa dos meus avós é grande mas parece um bocadinho pequena. Tem umas escadas e uma cave e muito mais quartos que a nossa casa, mas tudo parece um bocadinho mais baixo e apertado. Uma vez caí das escadas e não me magoei nem nada. Mas isso foi quando eu só tinha cinco anos. Nessa altura eu não sabia escrever nem nada porque ainda estava na infantil e agora até subo dois degraus de cada vez e as pessoas dizem que eu sou muito mexido.

Jacinto Lucas Pires

Mijn zomervakantie

Ik bracht mijn zomervakantie in het huis van mijn grootouders door. Ieder jaar ben ik in mijn vakantie daar. Het huis van mijn grootouders is groot, maar lijkt een beetje klein. Het heeft enkele trappen en een kelder en veel meer kamers dan ons huis, maar alles lijkt een beetje lager en smaller. Op een keer viel ik van de trap en dat deed helemaal geen zeer. Maar dat was toen ik pas vijf jaar was. In die tijd kon ik nog niet schrijven of wat ook, omdat ik nog een kind was. En nu neem ik zelfs twee treden tegelijk en ze zeggen dat ik heel stevig in mijn schoenen sta.

Língua de gato

Eu sei que lhes faz confusão o facto de eu, quando tenho à minha frente um cão ameaçador ou um gato que põe em causa o meu território, arquear o dorso e ficar com o pêlo eriçado. Acreditem que tenho boas razões para proceder dessa maneira. Assim arqueado, eu dou ao meu adversário a sensação de que sou muito maior e mais perigoso, deixando-o apreensivo em relação a mim. E podem crer que resulta. Os seres humanos em situação de conflito também costumam engrossar a voz, espetar o peito para fora e até pôr-se em bicos de pés para parecerem maiores e mais fortes aos olhos de quem os quer agredir.

José Jorge Letria

 Kattentaal

Wanneer ik een dreigende hond voor me heb of een kat die het op mijn territorium heeft voorzien, weet ik dat het feit dat ik een hoge rug opzet en mijn haren overeind heb hen in verwarring brengt. Jullie moeten geloven dat ik goede redenen heb om me zo te gedragen. Als ik zo’n hoge rug heb opgezet, geef ik mijn tegenstander het gevoel dat ik groter en gevaarlijker ben, waardoor ik ervoor zorg dat hij zich onrustig voelt over mij. En jullie kunnen van me aannemen dat het werkt. Ook de menselijke wezens verheffen gewoonlijk hun stem, zetten hun borst vooruit en gaan zelfs op hun tenen staan in een conflictsituatie, om groter en sterker te lijken in de ogen van degene die hen wil aanvallen.

Cão como nós

Cão bonito, dizia eu, em momentos raros. E era um acontecimento lá em casa. Os filhos como que se reconciliavam comigo, minha mulher sorria, o cão começava por ficar surpreendido e depois reagia com excesso de euforia, o que por vezes me fazia arrepender da expressão carinhosa.

Cão bonito. E ei-lo aos pulos, a dar ao rabo, a correr a casa toda.

Digamos que aquele cão era quase um especialista nas relações com os humanos. Tinha o dom de agradar e de exasperar. Mas assim que eu dizia – Cão bonito – ele não resistia. Deixava-se dominar pela emoção, o que não era vulgar num cão que fazia o possível e o impossível para não o ser.

Manuel Alegre

Een hond zoals wij

“Mooie hond”, zei ik op zeldzame momenten. En dat was een hele gebeurtenis thuis. Mijn kinderen leken zich met mij te verzoenen, mijn vrouw glimlachte, de hond werd verrast en reageerde vervolgens extreem euforisch, waardoor ik soms spijt kreeg van mijn liefdevolle uiting.

“Mooie hond”. En daar begint ie te springen, te kwispelen en het hele huis door te rennen.

We moeten wel zeggen dat die hond bijna een specialist was in zijn relaties met mensen. Hij had de gave om te behagen en te ergeren. Maar zodra ik “Mooie hond” zei, kon hij zich niet inhouden. Hij liet zich beheersen door zijn emotie, wat niet gewoon was voor een hond die het mogelijke en onmogelijke deed om dat niet te zijn.

Vozes no estádio

Vozes no estádio:

– E sim, parece-me que sim, sim, Hipérbato vai mesmo sair lesionado, e o treinador não tem outro remédio senão fazer entrar um suplente. Por acaso teve sorte, já tinha dois jogadores a aquecer, mas não podia prever que o seu melhor avançado em campo ia sofrer uma falta grave precisamente neste momento do jogo.

– E o árbitro mostrou o cartão amarelo. Tinha de ser, aquilo não foi jogar à bola, foi ceifar as pernas do adversário.

– Devia era ter visto o cartão vermelho, uma falta daquelas não se faz.

– Tens razão, meu caro Paulo Gomes, mas o árbitro não quis manifestamente estragar o espectáculo e fechou os olhos à infracção. De qualquer modo, é livre directo e de uma posição perigosa. Hipérbato seria o jogador indicado para marcar o livre, é um especialista de bolas paradas…

Rui Zink

Stemmen in het stadion

Stemmen in het stadion:

“En já hoor, Hipérbato gaat er zelfs geblesseerd uit en de trainer moet wel een reservespeler inbrengen. Toevallig had ie geluk, hij had al twee spelers laten warmlopen, maar hij kon niet voorzien dat er tegen zijn beste aanvaller op het veld precies op dit moment van de wedstrijd een ernstige overtreding gemaakt zou worden.”

“En de scheidsrechter gaf een gele kaart. Hij kon niet anders, die gast ging niet voor de bal, maar hij wilde de benen onder zijn tegenstander wegmaaien.”

“Hij had rood moeten krijgen, zo’n overtreding máák je niet.”

“Je hebt gelijk, m’n beste Paulo Gomes, maar het is wel duidelijk dat de scheidsrechter het spektakel niet wilde verpesten. Hij sloot zijn ogen voor die aanslag. Hoe dan ook, het is een directe vrije trap op een gevaarlijke plek. Hipérbato zou de aangewezen speler zijn om die vrije trap te nemen. Hij is een specialist in dode spelmomenten.                                                                                                                                                                                                                   A alma do sapato

De todos os acessórios para homem o sapato (ou os sapatos, como correctamente se deve dizer) é o que a alguns homens parece mais indiferente. Erro de análise que muitos pagam caro, sobretudo quando se arriscam a uma compra apressada: é exactamente porque são para «pôr nos pés» que os sapatos são uma tão importante questão de conforto e comodidade. A sua tradição, tal como os conhecemos, é relativamente recente: foi no período entre as duas guerras, quando os botins caíram em desuso (só o inefável Dr. Salazar continuou a usá-los, «orgulhosamente só»), que se generalizaram os sapatos de rebordo baixo, de atacadores ou de pala (o que depois se chamou mocassin).

António Mega Ferreira

De ziel van de schoen

Van alle benodigdheden voor de man is de schoen (of de schoenen, zoals je het correct moet zeggen) iets waar sommige mannen nogal onverschillig voor zijn. Een beoordelingsfout die velen duur te staan komt, vooral wanneer ze een haastige aankoop aandurven. Juist omdat ze ertoe dienen om je ‘op je voeten te zetten’ zijn schoenen zo’n belangrijke kwestie van comfort en gemak. De traditie van de schoenen zoals we ze kennen is van relatief recente datum: in de periode tussen de twee wereldoorlogen in, toen de halve laars in onbruik raakte (alleen de onbeschrijflijke dr. Salazar* bleef ze ‘trots alleen’ dragen), werden lage schoenen gemeengoed, met veters of een riempje (wat later mocassin werd genoemd).

*Portugese leider van de fascistische ‘Estado Novo’ (Nieuwe Staat) gedurende de jaren 1932 – 1968

O Mandarim

Então começou a minha vida de milionário. Deixei bem depressa a casa da Madame Marques – que, desde que me sabia rico, me tratava todos os dias a arroz-doce, e ela mesma me servia, com o seu vestido de seda dos domingos. Comprei, habitei o palacete amarelo, ao Loreto: as magnificências da minha instalação são bem conhecidas pelas gravuras indiscretas da Ilustração Francesa. Tornou-se famoso na Europa o meu leito, de um gosto exuberante e bárbaro, com a barra recoberta de lâminas de oiro lavrado, e cortinados de um raro brocado negro onde ondeiam, bordados a pérolas, versos eróticos de Catulo; uma lâmpada, suspensa no interior, derrama ali a claridade láctea e amorosa de um luar de Verão.

Eça de Queirós 

De Mandarijn

Toen begon mijn leven als miljonair. Ik verliet heel snel het huis van madame Marques, die sinds ze wist dat ik rijk was elke dag zoete rijst* voor me maakte die zijzelf in haar zondagse zijden jurk serveerde. Ik kocht en bewoonde het gele paleisje bij Loreto: de pracht van mijn inrichting is welbekend door de indiscrete afbeeldingen in de Franse Illustration. Mijn bed, van een weelderige en vreselijke smaak, werd beroemd in Europa, met zijn met goudblad bewerkte stang en schuifgordijnen van een zeldzaam, zwart brokaat waarop met parels geborduurde erotische verzen van Catullus golfden. Een lamp die in het erbinnen hangt, verspreidt daar de melkwitte en lieflijke helderheid van maanlicht in de zomer.

*een traditionele Portugese lekkernij

Um homem não chora

Procuro com a mão o despertador que está a tocar há mais de meio minuto. Encontro-o entre um livro e o copo de água que me colocam todas as noites sobre a mesinha de cabeceira. Carrego num botão e o silêncio volta a entrar no meu quarto. Sei que já não posso readormecer. O meu despertador toca invariavelmente às oito da manhã, todos os dias, faça sol ou faça chuva. É uma das invariáveis da minha vida, tão invariável como o amor da Fernanda, como os jantares de família nos dias santos, como o som do piano da vizinha aos Domingos. Não há nada a fazer. Atiro com a roupa ao chão e procuro, com o pé, o chinelo que deve estar algures ao lado da cama.

Luís de Sttau Monteiro

Een man huilt niet

Ik zoek met mijn hand de wekker die al meer dan een halve minuut afgaat. Ik vind hem tussen een boek en het glas water dat ze elke nacht op mijn nachtkastje voor me neerzetten. Ik druk op een knop en de stilte komt mijn kamer weer binnen. Ik weet dat ik niet meer kan slapen. Mijn wekker gaat onveranderlijk om acht uur ’s ochtends af, elke dag, bij regen en zonneschijn. Het is een van de onveranderlijkheden van mijn leven, dat zo onveranderlijk is als de liefde van Fernanda, als de familiediners op heiligendagen, als het geluid van de piano van de buurvrouw op zondag. Er is niets te doen. Ik gooi mijn kleren op de grond en zoek met mijn voet de slipper die zich ergens naast mijn bed moet bevinden.

Nem Tudo é História

Noites e noites a fio, quase de madrugada, desenrolava-se a mesma cena: um grande automóvel preto – um carro americano de antes da guerra, talvez um DeSoto dos anos trinta – parava de repente ao pé de mim. O motorista, fardado de negro, mantinha-se muito hirto no seu lugar; eu não chegava sequer a ver-lhe o rosto. Mais me intrigava aliás o próprio carro, que parecia ter estado debaixo de água – ou ter sido fabricado no fundo do mar -, embora não apresentasse, na carroçaria, nenhum vestígio de humidade. Mas o capot faiscava, na sombra, como o dorso de um cetáceo; o flanco fusiforme dos faróis denunciava não sei que secreto comércio com os peixes; e a porta de trás, que vinha agora de entreabrir-se – sem que ninguém lhe houvesse tocado -, evocava irresistivelmente, pelo crebro palpitar em que ficara, o inquietante mistério de uma guelra.

David Mourão-Ferreira

Niet alles is geschiedenis

Nachten en nachten aaneen, bijna in de ochtend, ontrolde zich dezelfde scène: een grote zwarte auto – een Amerikaan van vóór de oorlog, misschien een DeSoto uit de jaren dertig – stopte plotseling bij mij in de buurt. De chauffeur, gekleed in een zwart uniform, bleef heel stram op zijn plaats zitten. Ik kreeg zelfs zijn gezicht niet te zien. Het meest echter intrigeerde mij de auto zelf, die onder water leek te zijn geweest, of gefabriceerd op de bodem van de zee, hoewel er op de carrosserie geen enkel spoor van vocht te zien was. Maar de motorkap glinsterde in de schaduw, als de rug van een walvis. De spoelvormige zijkant van de koplampen verrieden ik weet niet welke geheime handel met de vissen. En het achterportier dat nu geopend werd – zonder dat iemand het had aangeraakt – riep door het aanhoudende, regelmatige trillen onweerstaanbaar het verontrustende mysterie van een kieuw op.

Antídoto

Como o sangue, corremos dentro dos corpos no momento em que abismos os puxam e devoram. Atravessamos cada ramo das árvores interiores que crescem do peito e se estendem pelos braços, pelas pernas, pelos olhares. As raízes agarram-se ao coração e nós cobrimos cada dedo fino dessas raízes que se fecham e apertam e esmagam essa pedra de fogo. Como sangue, somos lágrimas. Como sangue, existimos dentro dos gestos. As palavras são, tantas vezes, feitas daquilo que significamos. E somos o vento, os caminhos do vento sobre os rostos. O vento dentro da escuridão como o único objecto que pode ser tocado. Debaixo da pele, envolvemos as memórias, as ideias, a esperança e o desencanto.

José Luís Peixoto

Tegengif

Zoals ons bloed stromen wij binnenin ons lichaam op het moment waarop afgronden eraan trekken en het verslinden. We doorkruisen elke tak van de bomen binnenin ons, die vanaf onze borst groeien en zich door onze armen, onze benen, onze blikken heen uitstrekken. De wortels hechten zich aan ons hart en wij bedekken elke tere vinger van die wortels, die zich openen en sluiten en die vuursteen daar splijten. Zoals bloed zijn wij tranen. Zoals bloed bestaan wij binnenin onze gebaren. Onze woorden worden evenzo vaak gemaakt van wat wij betekenen. En we zijn de wind, de wegen van de wind over ons gezicht. De wind binnenin de duisternis als het enige object dat kan worden aangeraakt. Onder onze huid verhullen we onze herinneringen, ideeën, hoop en ontgoocheling.