Categorie archief: Keês em português

Fernando Pessoa – twee gedichten/dois poemas

Fernando Pessoa wordt als een der grootste dichters van de Portugese literatuur beschouwd en ook als een van de belangrijkste van de twintigste eeuw. Hij is een van de weinige Portugeestalige dichters en schrijvers die in het Nederlands zijn vertaald. Hij moet dus wel een heel bijzondere poëet zijn, zou je denken. Maar dat is, zoals met alles in de kunst, toch vooral een kwestie van persoonlijke voorkeur.

Ik heb, zoals op dit blog eenvoudig te zien is, al meerdere gedichten van andere Portugeestalige dichters vertaald. Ze zijn hier te vinden: Kees leert PortugeesEen Portugees gedicht en een Nederlands versTwaalf Portugese gedichten en twee Nederlandse gedichten.

Van Fernando Pessoa heb ik nooit eerder iets vertaald en omdat hij zo fameus is, mag hij natuurlijk niet ontbreken in het rijtje vertaalde Portugeestalige dichters. Daarom heb ik twee gedichten van hem uitgekozen, waarvan er één al eerder door de bekende vertaler August Willemsen is vertaald. Ik kwam daar pas achteraf achter, omdat ik benieuwd was of er op het internet nog andere gedichten van Pessoa in Nederlandse vertaling te vinden waren.

Van de precies zes vertaalde gedichten – alle van de hand van August Willemsen – die ik kon vinden, was er toevallig één hetzelfde als een van de twee gedichten die ik had vertaald! Natuurlijk heb ik de vertaling van August Willemsen ook hier geplaatst, zodat de lezer beide vertalingen – de ene van de hand van een amateur,  de andere van die van een ervaren, professionele vertaler – met elkaar kan vergelijken.

Omdat ik ook de originele gedichten hier heb geplaatst, kan de lezer nagaan welk van beide vertalingen van datzelfde gedicht het dichtst bij het origineel staat. Wat betreft het andere gedicht, Cansaço (Moeheid), zult u het alleen met mijn vertaling moeten doen.

In eerste instantie was ik van plan om behalve mijn vertalingen ook nog een en ander op te merken over beide gedichten. Maar daar heb ik bij nader inzien vanaf gezien. Het is tenslotte aan de lezer zelf om te bepalen wat hij van deze gedichten vindt. Mijn mening is van geen enkel belang, om het in de geest van een der gedichten uit te drukken.

Ik zal ook niet uitweiden over de persoon en dichter Fernando Pessoa. Ik vermeld enkel wat essentiële feiten en plaats een link naar een site waar u desgewenst meer over Pessoa kunt lezen.

Fernando António Nogueira Pessoa (Lissabon 1888 – idem 1935) schreef onder diverse heteroniemen. Ook deze gedichten heeft hij niet onder zijn eigen naam, maar onder twee verschillende heteroniemen geschreven. Wie meer wil weten over Fernando Pessoa kan hier terecht: informatie over de dichter Fernando Pessoa.

Moeheid

Wat ik in mij heb, is vooral moeheid.
Niet van het een of van het ander,
Zelfs niet van alles of van niets:
Gewoonweg moeheid op zich,
Moeheid.

De broosheid van nutteloze gevoelens,
Hevige passies voor niets,
Intense liefdes voor wat ik veronderstel in iemand,
Al die dingen –
Die dingen en wat ze eeuwig tekortkomen –
Dat alles veroorzaakt een moeheid,
Deze moeheid,
Moeheid.

Er zijn ongetwijfeld mensen die van het oneindige houden,
Er zijn ongetwijfeld mensen die het onmogelijke verlangen,
Er zijn ongetwijfeld mensen die niets willen.
Drie soorten idealisten, en ik behoor tot geen van hen:
Omdat ik oneindig van het eindige hou,
Omdat ik onmogelijk het mogelijke verlang,
Omdat ik alles wil, of nog wat meer, als dat kan,
En zelfs als dat niet kan …

Het resultaat?
Voor de een het leven geleefd of gedroomd,
Voor de ander de droom gedroomd of beleefd,
Voor de laatste het midden tussen alles en niets, dit is het, dit …
Voor mij slechts een grote, een diepe
– En ah, met welk een vruchteloos geluk – moeheid.
Een heel extreme moeheid,
Juist dat, precies dat, niets anders dan dat,
Moeheid …

Álvaro de Campos, uit “Poemas” (heteroniem van Fernando Pessoa)

Cansaço

O que há em mim é sobretudo cansaço —
Não disto nem daquilo,
Nem sequer de tudo ou de nada:
Cansaço assim mesmo, ele mesmo,
Cansaço.

A subtileza das sensações inúteis,
As paixões violentas por coisa nenhuma,
Os amores intensos por o suposto em alguém,
Essas coisas todas —
Essas e o que falta nelas eternamente —;
Tudo isso faz um cansaço,
Este cansaço,
Cansaço.

Há sem dúvida quem ame o infinito,
Há sem dúvida quem deseje o impossível,
Há sem dúvida quem não queira nada —
Três tipos de idealistas, e eu nenhum deles:
Porque eu amo infinitamente o finito,
Porque eu desejo impossivelmente o possível,
Porque quero tudo, ou um pouco mais, se puder ser,
Ou até se não puder ser…

E o resultado?
Para eles a vida vivida ou sonhada,
Para eles o sonho sonhado ou vivido,
Para eles a média entre tudo e nada, isto é, isto…
Para mim só um grande, um profundo,
E, ah com que felicidade infecundo, cansaço,
Um supremíssimo cansaço,
Íssino, íssimo, íssimo,
Cansaço…

Álvaro de Campos, in “Poemas” (heterónimo de Fernando Pessoa)

Wanneer de lente komt

Wanneer de lente komt
Als ik al dood ben,
Zullen de bloemen bloeien zoals altijd
En de bomen zullen niet minder groen zijn dan tijdens de vorige lente.
De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

Ik voel een enorme vreugde
Bij de gedachte dat mijn dood van geen enkel belang is.

Als ik wist dat ik morgen zou sterven
En de lente er na morgen zou zijn,
Zou ik tevreden sterven, omdat ze er na morgen zou zijn.
Als dat haar tijd is, wanneer zou ze dan moeten komen anders dan op haar tijd?
Ik ben blij dat alles werkelijk is en alles zeker
En ik ben blij omdat het zo zou zijn zelfs als ik daar niet blij om was.
Daarom sterf ik als een tevreden mens als ik nu sterf,
Omdat alles werkelijk is en alles zeker.

Ze mogen Latijn prevelen boven mijn kist als ze willen.
Als ze willen, mogen ze eromheen dansen en zingen.
Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik geen voorkeuren meer kan hebben.
Wat het zal zijn, wanneer het zal zijn, het zal zijn wat het is.

vertaling: Kees de Blogger

Alberto Caeiro, uit “Poemas Inconjuntos” (heteroniem van Fernando Pessoa)

Wanneer de lente komt

Wanneer de lente komt
En als ik dan al dood ben
Zullen de bloemen net zo bloeien
En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.
De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

Ik voel een enorme vreugde
Bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is

Als ik wist dat ik morgen zou sterven
En het was overmorgen lente,
Zou ik tevreden sterven, omdat het overmorgen lente was.
Als dat haar tijd is, wanneer dan zou ze moeten komen tenzij op haar tijd?
Ik houd ervan dat alles werkelijk is en alles zoals het moet zijn;
Daar houd ik van, omdat het zo zou wezen ook als ik er niet van hield.
Daarom, als ik nu sterf, sterf ik tevreden,
Want alles is werkelijk en alles is zoals het moet zijn.

Men mag Latijn bidden boven mijn kist, indien men wil.
Indien men wil, mag men rondom dansen en zingen.
Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch geen voorkeur meer kan hebben
Dat wat zal zijn, wanneer het zijn zal, zal het zijn dat wat het is.

vertaling: August Willemsen

Quando Vier a Primavera

Quando vier a Primavera,
Se eu já estiver morto,
As flores florirão da mesma maneira
E as árvores não serão menos verdes que na Primavera passada.
A realidade não precisa de mim.

Sinto uma alegria enorme
Ao pensar que a minha morte não tem importância nenhuma.

Se soubesse que amanhã morria
E a Primavera era depois de amanhã,
Morreria contente, porque ela era depois de amanhã.
Se esse é o seu tempo, quando havia ela de vir senão no seu tempo?
Gosto que tudo seja real e que tudo esteja certo;
E gosto porque assim seria, mesmo que eu não gostasse.
Por isso, se morrer agora, morro contente,
Porque tudo é real e tudo está certo.

Podem rezar latim sobre o meu caixão, se quiserem.
Se quiserem, podem dançar e cantar à roda dele.
Não tenho preferências para quando já não puder ter preferências.
O que for, quando for, é que será o que é.

Alberto Caeiro, in “Poemas Inconjuntos” (heterónimo de Fernando Pessoa)

Luister hier naar een voordracht van het gedicht Quando Vier a Primaveira (Wanneer de lente komt):

————————————————————————————————————

Fernando Pessoa é considerado um dos mais grandes poetas da literatura lusófona e também um dos mais importantes do século vinte. É um dos poucos poetas e escritores lusófonos que estão traduzidos em neerlandês. Acharia-se que por isso Fernando Pessoa deve ser um poeta muito especial. Mas, como relativamente a tudo nas artes, isso é sobretudo uma questão de preferência pessoal.

Já traduzi mais poemas, de outros poetas lusófonos, como se pode ver simplesmente neste blogue.  Pode-se encontrá-los aqui: Kees aprende português, Um poema português e um poema holandês,  Doze poemas portugueses e dois poemas holandeses.

Mas nunca antes traduzi nenhum poema de Fernando Pessoa, e porque é tão famoso ele obviamente não pode faltar na listinha de poetas lusófonos traduzidos em neerlandês.  Por isso escolhi dois poemas dele, de quais um já está traduzido antes pelo tradutor conhecido August Willemsen.  Só descobri isso atrás, porque estava curioso se ainda haveria outros poemas de Pessoa em tradução neerlandesa na internet.

Dos exactamente seis poemas traduzidos – todos feitos pelo tradutor August Willemsen – que consegui procurar, um foi, por acaso, o mesmo que um dos dois poemas que eu tinha traduzido! Naturalmente também coloquei a tradução de August Willemsen aqui, para o leitor poder comparar ambas as traduções uma com a outra – a uma feita por um amador,  a outra por um tradutor experimentado e profissional.

Porque também coloquei os poemas originais aqui, o leitor pode verificar qual das ambas traduções desse mesmo poema é a mais perto do original. Quanto ao outro poema, Cansaço, é-se dependente apenas da minha tradução.

Em primeira instância, tive o plano a, excepto as minhas traduções, também dizer algumas coisas sobre ambos os poemas.  Mas, após reflexão, desisti disso . Afinal é ao próprio leitor a determinar como julga estes poemas.  A minha opinião  não tem importância nenhuma, para o exprimir no espírito de um dos poemas.

Nem entrarei em pormenores sobre a pessoa e o poeta Fernando Pessoa. Só dou alguns factos essenciais e coloco um link para um site onde, quando se quiser, se pode ler mais sobre Pessoa.

Fernando António Nogueira Pessoa (Lisboa 1888 – Lisboa 1935) escreveu sob vários heterónimos.  Também não escreveu estes poemas sob o seu próprio nome, mas sob dois heterónimos diferentes. Quem quer saber mais sobre Fernando Pessoa pode clicar neste link: informações sobre o poeta Fernando Pessoa.

Cansaço

O que há em mim é sobretudo cansaço —
Não disto nem daquilo,
Nem sequer de tudo ou de nada:
Cansaço assim mesmo, ele mesmo,
Cansaço.

A subtileza das sensações inúteis,
As paixões violentas por coisa nenhuma,
Os amores intensos por o suposto em alguém,
Essas coisas todas —
Essas e o que falta nelas eternamente —;
Tudo isso faz um cansaço,
Este cansaço,
Cansaço.

Há sem dúvida quem ame o infinito,
Há sem dúvida quem deseje o impossível,
Há sem dúvida quem não queira nada —
Três tipos de idealistas, e eu nenhum deles:
Porque eu amo infinitamente o finito,
Porque eu desejo impossivelmente o possível,
Porque quero tudo, ou um pouco mais, se puder ser,
Ou até se não puder ser…

E o resultado?
Para eles a vida vivida ou sonhada,
Para eles o sonho sonhado ou vivido,
Para eles a média entre tudo e nada, isto é, isto…
Para mim só um grande, um profundo,
E, ah com que felicidade infecundo, cansaço,
Um supremíssimo cansaço,
Íssino, íssimo, íssimo,
Cansaço…

Álvaro de Campos, in “Poemas” (heterónimo de Fernando Pessoa)

Quando Vier a Primavera

Quando vier a Primavera,
Se eu já estiver morto,
As flores florirão da mesma maneira
E as árvores não serão menos verdes que na Primavera passada.
A realidade não precisa de mim.

Sinto uma alegria enorme
Ao pensar que a minha morte não tem importância nenhuma.

Se soubesse que amanhã morria
E a Primavera era depois de amanhã,
Morreria contente, porque ela era depois de amanhã.
Se esse é o seu tempo, quando havia ela de vir senão no seu tempo?
Gosto que tudo seja real e que tudo esteja certo;
E gosto porque assim seria, mesmo que eu não gostasse.
Por isso, se morrer agora, morro contente,
Porque tudo é real e tudo está certo.

Podem rezar latim sobre o meu caixão, se quiserem.
Se quiserem, podem dançar e cantar à roda dele.
Não tenho preferências para quando já não puder ter preferências.
O que for, quando for, é que será o que é.

Alberto Caeiro, in “Poemas Inconjuntos” (heterónimo de Fernando Pessoa)

Ouça aqui uma declamação do poema Quando Vier a Primaveira: